Nieuws

Bovib: ‘Er is nú duidelijkheid nodig over zelfstandigen’

Het kabinet moet snel met duidelijkheid komen over de positie van zelfstandigen op de arbeidsmarkt, stelt de Bovib.

‘We kunnen zeker niet wachten tot 2020. Dan staan we jarenlang stil in Nederland.’

Kopschuw
De inzetbaarheid van veel zelfstandigen wordt momenteel ‘onderuitgehaald’, aldus Rob de Laat, voorzitter van de belangenvereniging van intermediairs op de arbeidsmarkt.
De Wet DBA mag nu dan niet meer worden gehandhaafd, nog steeds merkt hij dat veel organisaties huiverig zijn om zzp’ers in te huren. Of sterker nog: bij sommige organisaties, zoals DNB, is het zelfs verboden om mensen in te zetten die niet bij een of ander bedrijf een dienstverband hebben. ‘En ook veel private partijen zijn nog steeds kopschuw om zelfstandigen in te schakelen, zolang de onduidelijkheid voortduurt. En dat terwijl juist de inzet van flexibele arbeidskrachten een belangrijke katalysator is voor economische groei.’

Klare wijn graag
Tijd voor actie dus. En daarom schreven de leden van de Bovib recent een zogenoemd position paper, waarmee de organisatie de politieke partijen oproept snel klare wijn te schenken over hoe het nu verder moet met de zelfstandigenkwestie.

‘Snel samen uit het moeras van de Wet DBA komen.’

Want het regeerakkoord mag dan een paar aardige voorzetten hebben gegeven, voorlopig is er aan de positie van de zelfstandige nog weinig verbeterd, constateert Rick Schevers, de public affairs-manager van de Bovib, aan de vooravond van een ‘polderoverleg’ tussen Kamerleden en belangenorganisaties.
‘Daarom roepen we op om te proberen snel samen uit het moeras van de Wet DBA te komen. We hebben nu al drie of vier keer een model gezien dat niet werkt. Het wordt tijd dat er nou eens duidelijkheid komt. Dat is goed voor opdrachtgevers en zelfstandigen op de arbeidsmarkt, en zodoende goed voor de Nederlandse economie.’

Minimum hoger, maximum lager
De Bovib denkt dat het goed is als er vaart wordt gemaakt met invoering van het minimum- en maximum uurtarief, zoals in het regeerakkoord staat. De Laat: ‘We steunen het van harte dat er een minimumtarief komt, om uitbuiting te voorkomen. Die ondergrens mag van ons zelfs nog wel wat omhoog, naar ongeveer 25 euro. Dan kun je in elk geval vrij zeker ervan zijn dat er geen schijnconstructies zijn, geen uitbuiting, en met zo’n tarief kunnen zelfstandigen zich ook verzekeren en iets als pensioen opbouwen. Als je vergelijkt wat een uitzendbureau kwijt is aan een uur van een uitzendkracht, met pensioen en verzekering erbij, dan kom je ook eerder op zo’n tarief.’
Als je dan ook nog de bovengrens verlaagt naar 60 euro, aldus De Laat, ‘dan maak je de te controleren populatie in elk geval veel kleiner, en verminder je ook de administratieve last voor de Belastingdienst enorm.’

Fundamentele weeffout
Volgens De Laat zit er een fundamentele weeffout in de Nederlandse wetgeving rondom de zelfstandigen. ‘En dat is dat de opdrachtgever nu heel paternalistisch moet besluiten of een opdrachtnemer eigenlijk wel zelfstandige is. Men probeert de opdrachtgever een verantwoordelijkheid in de schoenen te schuiven, die onmogelijk zijn verantwoordelijkheid kan zijn.’
En dan moet die opdrachtgever dat ook nog eens naar de toekomst toe bepalen. ‘Want iemand kan hier en nu zelfstandige zijn, maar hoe is dat over 9 maanden? En over anderhalf jaar?’

‘Laat de eigen keuze van zelfstandigen centraal staan.’

Daarom heeft de Bovib wel kritiek op in het regeerakkoord genoemde termen als ‘gebruikelijke duur’ en ‘(niet)-reguliere’ bedrijfsactiviteiten. ‘Moeilijk te beoordelen’ en ‘verwarrend’ noemt Schevers zulke criteria. Het zou dan ook fijn zijn als daar vanaf gestapt kan worden, in het kader van de zo gewenste duidelijkheid. ‘Durf dan gewoon te bepalen dat een opdracht nooit langer dan 2 jaar mag duren. Dan ben je tenminste duidelijk.’
Gaat dat in de praktijk wel werken, denken ze? ‘Ach, uitzonderingen hou je altijd, welk model je ook kiest. Maar dan heb je in elk geval wel helderheid.’

De eigen keuze centraal
‘Laat de eigen keuze van zelfstandigen centraal staan’, daarmee kun je het pleidooi van de Bovib waarschijnlijk het beste samenvatten. Maar, luidt dan het bekende tegenargument: als opdrachtgever en -nemer zelf mogen bepalen of iemand zelfstandige is, hoe zit het dan met de belastingdruk en de sociale voorzieningen? Draait de samenleving er dan niet te vaak voor op als zelfstandigen zich niet verzekeren? En zijn het dan niet vooral de werknemers die belasting en premie betalen?
Absoluut niet, zegt De Laat. ‘Zelfstandigen betalen toch ook gewoon belasting? Als je als zelfstandige je eigen broek ophoudt, maak je in elk geval géén gebruik van sociale uitkeringen. De zelfstandige zorgt voor zichzelf, dat is toch mooi? Ik heb nog nooit cijfers gezien waaruit zou blijken dat zelfstandigen méér profiteren van ons sociale stelsel dan niet-zelfstandigen.’

Een plek aan de tafel, graag
De Bovib maakte zich in zijn position paper ook sterk voor een plaats aan de overlegtafel. Aan dat verzoek is inmiddels gehoor gegeven, aldus Schevers, zodat de organisatie op 24 januari ook de politiek nog eens kan proberen te overtuigen van zijn argumenten.

Lees de volledige position paper

 

Lees verder

Bovib Position Paper: Bovib wenst duidelijkheid en een consistent beleid op de arbeidsmarkt

De Bovib wenst duidelijkheid op de arbeidsmarkt van flexkrachten. Dat is in het belang van alle spelers op de arbeidsmarkt (e.i. opdrachtgevers, zelfstandigen, etc.) en goed voor de Nederlandse economie. Door heldere wet- en regelgeving en eenvoudige handhaving moeten excessen, zoals schijnzelfstandigheid en uitbuiting, op de arbeidsmarkt voorkomen worden.

De huidige onduidelijkheid die ontstaan is door invoering van de Wet DBA, verstoort de arbeidsmarkt en is een bedreiging voor de keuzemogelijkheid in (flexibele) arbeidsvormen die veel opdrachtgevers wensen te hebben, denk aan de inzet van zelfstandigen, payroll en detachering. Opdrachtgevers zijn c.q. blijken nu huiverig om te kiezen voor flexibele arbeid, dat terwijl juist de inzet van flexibele arbeidskrachten een belangrijke katalysator is voor economische groei.

Tarieven en criteria
Duidelijkheid creëer je door een heldere grens te hanteren waaronder en waarboven zekerheid wordt geboden aan zelfstandigen over hun positie. Dat er volgens het regeerakkoord een laag tarief komt om uitbuiting te voorkomen steunt de Bovib van harte. De Bovib staat voor het principe dat er nooit alleen geconcurreerd mag worden op arbeidsvoorwaarden.
Een ondergrens tarief dat dergelijke uitbuiting voorkomt draagt hieraan bij. Als Bovib menen wij dat de ondergrens zelfs nog iets omhoog zou moeten gaan naar een tarief van 25 euro. Daarmee verzeker je dat uitbuiting aan de onderkant van de markt vrijwel onmogelijk wordt gemaakt. Ook een bovengrens, die wat de Bovib betreft naar 60 euro kan, draagt bij aan meer duidelijkheid en verwelkomen wij.

De Bovib heeft moeten constateren dat een aantal voorstellen in het regeerakkoord niet (altijd) de gewenste duidelijkheid biedt die nodig is voor rust op de arbeidsmarkt. Deze onduidelijkheid wordt voornamelijk geschapen door de toevoeging van moeilijk te beoordelen criteria als ‘duur’ en ‘(niet)-reguliere’ bedrijfsactiviteiten. De Bovib is van mening dat boven de tariefgrens van 60 euro de duur van een opdracht niet van invloed zou mogen zijn op de keuze voor zelfstandigheid. Door het criterium ‘duur’ los te laten wordt voorkomen dat er schimmige constructies worden opgezet door opdrachtgevers, creëer je duidelijkheid vooraf en wordt de handhaving vele malen eenvoudiger. Laat de eigen keuze van zelfstandigen centraal staan. Tevens maakt het regeerakkoord melding van reguliere en niet-reguliere bedrijfsactiviteiten. Dit criterium nodigt uit tot het trekken van triviale grenzen en schept verwarring in de uitwerking van dit begrip. De Bovib dringt er dan ook op aan om dit criterium los te laten.

Lees verder e/o download het hele Bovib Position Paper.

 

Lees verder

Onduidelijkheid op arbeidsmarkt geeft platformbedrijven (Uber en Deliveroo) vrije hand

Platformbedrijven zoals Uber en Deliveroo doen hun intrede in Nederland. Daarmee staat het kabinet Rutte III voor een nieuwe uitdaging. Jurrien Koops, directeur van ABU, roept het kabinet op om duidelijke rechten en plichten op te tuigen voor platformbedrijven en platformwerkers, zo meldt het FD. Koops deed dit als voorschot op een rondetafelgesprek in de Tweede Kamer over de zogenaamde platformeconomie. Bovib, brancheorganisatie voor intermediairs en brokers, onderschrijft nogmaals het belang van duidelijke juridische kaders.

Lees verder

Uitnodiging kennissessie 1 november

Als vereniging en branche-organisatie voor onafhankelijke inhuur-intermediairs in Nederland ziet de Bovib flexibele arbeid als een belangrijke steunpilaar voor de modernisering van de arbeidsmarkt en economische ontwikkeling. Op woensdag 1 november 2017 organiseren wij een kennissessie.

Tijdens deze kennissessie praten experts Boris Emmerig, Jeroen van Puijenbroek en Rob de Laat u bij over de impact van Rutte III, de wijzigingen in wet DBA, wet TOLB, wet op de privacy (GDPR) en het Bovib keurmerk.

Programma
09:30 – 10:00 | Ontvangst
10:00 – 12:30 | Kennissessie
12:30 – 13:00 | Lunch

Inhoud kennissessie
Impact van Rutte III
Wijzigingen wet DBA
Wet betaaltermijnen (Wet TOLB)
Het Bovib keurmerk
Wet op de privacy (GDPR)

Sprekers
Boris Emmerig | Advocaat en belastingadviseur
Jeroen van Puijenbroek | Data Protection & Information Security Expert en Directeur van PrivacySolutions4U
Rob de Laat | Voorzitter BOVIB

Locatie
ABN AMRO Hoofdkantoor, Adres Gustav Mahlerlaan 10, Amsterdam
Vanwege beperkte parkeergelegenheid bij de ABN AMRO verzoeken wij u te parkeren in een van de omringende parkeergarages.

Kosten
De kosten voor niet-leden bedraagt per organisatie €175,-. Bij aanmelding zult u een factuur ontvangen. Indien uw organisatie lid wordt van de Bovib zal het bedrag met de contributie verrekend worden.

Aanmelden
U bent van harte welkom om u aan te melden voor deze kennissessie. Dit kunt u doen door uzelf en eventuele collega’s aan te melden via info@bovib.nl. We kijken ernaar uit u te mogen verwelkomen op woensdag 1 november 2017 te Amsterdam.

Met vriendelijke groet,
Namens de werkgroep PR
Arno Pronk
0653953820

Lees verder

FD: Bedrijf sneller aangepakt bij foute inzet ZZp-er

Als Bovib hebben zijn wij ook na goedkeuring van onze modelovereenkomst voor inzet van zzp-ers juist in gesprek gebleven moet de belastingdienst. De goedkeuring was een belangrijke stap, maar er is in onze ogen meer duidelijkheid mogelijk. Voor ons als intermediairs zijn niet alleen de overeenkomst en werkwijze tussen zzp-er en intermediair van belang, ook de handelswijze van de klant en de gehanteerde overeenkomst tussen intermediair en klant hebben grote invloed op de beoordeling van de mogelijke arbeidsrelatie. Daarom hebben wij ook de overeenkomst tussen intermediair en opdrachtgever samen met de belastingdienst tegen het licht gehouden. Na ruim een jaar van gesprekken met de belastingdienst kunnen Bovib leden hun opdrachtgevers nu volstrekte helderheid bieden bij inzet van zzp-ers op basis van tussenkomst.

Lees verder

Bovib kiest ook voor duidelijkheid in de relatie tussen klant en intermediair

Eind vorig jaar is de unieke Bovib modelovereenkomst tussen ZZP’er en intermediair goedgekeurd door de belastingdienst. Uniek, omdat de Bovib overeenkomst duidelijkheid geeft over het ondernemerschap van de ZZP’er. Die duidelijkheid wil Bovib ook in de relatie tussen cliënt en intermediair.

Over de voorgelegde overeenkomst tussen cliënt en intermediair vindt zeer binnenkort overleg met de belastingdienst plaats. In dat overleg zal ook worden gesproken over hoe de intermediair erop kan toezien dat er in de praktijk conform beide overeenkomsten wordt gewerkt, de zogenaamde beheersmaatregelen. De drie-eenheid van beide overeenkomsten en de beheersmaatregelen leidt tot helderheid over de vraag wanneer buiten dienstbetrekking kan worden gewerkt in intermediaire relaties.

Wij hopen snel met nieuws te kunnen komen over hoe wij deze duidelijkheid kunnen bieden.

Lees verder

Bovib kiest voor duidelijkheid!

Sinds maandag 23 mei staat het vraagstuk zelfstandigen opnieuw bovenaan de politieke agenda met het uitkomen van het ambtelijke onderzoeksrapport ‘varianten kwalificatie arbeidsrelatie’. In dit onderzoek staan tien beleidsvarianten die uitkomst kunnen bieden uit de voortslepende discussie over de wet DBA. De Bovib heeft destijds ook input gegeven voor dit onderzoek en is met name blij dat het belang van het geven van duidelijkheid en zekerheid vooraf aan opdrachtgevers wordt onderstreept.

Het rapport toetst de tien beleidsvarianten aan verschillende criteria, waarvan één het belangrijkst is voor de Bovib: het criterium rechtszekerheid/duidelijkheid en bestendigheid. Dit criterium toetst de varianten op de bijdrage die het levert aan het vergroten van duidelijkheid en zekerheid vooraf voor zowel opdrachtnemers/werknemers als opdrachtgevers/werkgevers. Rob de Laat, voorzitter van de Bovib: “Nog steeds willen opdrachtgevers voldoen aan de wet. Zolang er geen hard beleidsbesluit komt met criteria waaruit opdrachtgevers kunnen afleiden dat ze niet kwaadwillend zijn, zullen zij niet direct geholpen zijn. Voor de Bovib geldt dat varianten waarbij deze duidelijkheid niet vooraf aan opdrachtgevers kan worden verstrekt, onwerkbaar zijn.”

Uit de analyse van de ambtelijke werkgroep blijkt dat er slechts vier varianten een positief effect hebben op het criterium rechtszekerheid/duidelijkheid en bestendigheid. De Bovib beoordeelt deze varianten dan ook als de enige werkbare alternatieven.

  • Variant B: Oordeel over de status van een arbeidsrelatie (OSA). Een instrument voor het bepalen van de status van een arbeidsrelatie (vergelijkbaar met de webmodule in Engeland) dat opdrachtgevers duidelijkheid en rechtszekerheid geeft over de kwalificatie van hun arbeidsrelaties
  • Variant D: Rechtsvermoeden voor het ontbreken van een dienstbetrekking. Een variant waarbij de door de Commissie Boot genoemde criteria dienen om een opdrachtgever rechtszekerheid te bieden over de vraag wanneer in ieder geval geen sprake is van een dienstbetrekking. Bij een bepaald tarief, een bepaalde duur en wanneer geen kernactiviteiten worden verricht, wordt men geacht niet onder gezag te werken en dus buiten dienstbetrekking.
  • Variant H: Opt-out van de loonheffingen en de werknemersverzekeringen. Een opt-out uit dienstbetrekking voor de bovenkant van de arbeidsmarkt op basis van de binaire criteria duur en tarief. De maatregel kan bijdragen aan de rechtszekerheid. Partijen die niet als werknemer/verzekerde willen worden aangemerkt, en twijfelen over de aard van de arbeidsrelatie kunnen afspreken dat ze gebruik maken van de opt-out voor zover er sprake is van een arbeidsovereenkomst.
  • Variant I: Ondernemersverklaring. Een ondernemersverklaring voor een selectieve groep opdrachtnemers die op basis van een aantal strikte criteria vrijwel zeker ondernemer is. Opdrachtgevers van opdrachtnemers met een ondernemersverklaring worden gevrijwaard van de loonheffing en werknemersverzekeringen.

De Bovib spreekt de voorkeur uit om de discussie verder voort te zetten aan de hand van deze vier beleidsvarianten. “De Bovib heeft input gegeven voor dit onderzoek en wil ook betrokken blijven bij de verdere behandeling van, en besluitvorming over, dit onderzoek. Als daarmee op korte termijn duidelijkheid kan worden gegeven aan opdrachtgevers en zelfstandigen, leveren wij daar graag een constructieve bijdrage aan”, aldus Rob de Laat. De Bovib spreekt de hoop en verwachting uit dat dit signaal wordt opgepikt door de politiek dat op 29 juni in de Tweede Kamer tijdens een Algemeen Overleg spreekt over dit onderzoek.

Dat er snel iets moet gebeuren wordt extra benadrukt door het recente besluit van staatssecretaris Wiebes om de handhaving tot 1 juli 2018 verder op te schorten. Door het besluit ontstaat er eerder minder dan meer duidelijkheid en het speelt opportunistische opdrachtgevers, opdrachtnemers en intermediairs in de kaart. Het zich begeven in het grijze gebied wordt vooralsnog beloond. Opdrachtgevers willen immers definitief weten waar ze aan toe zijn en zijn niet gediend bij een tijdelijke gedoogconstructie. Duidelijkheid op de arbeids- en inhuurmarkt is geboden!

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met:
Rob de Laat, rob.delaat@staffingms.com, 06-51411045

Lees verder

Rapport varianten kwalificatie arbeidsrelatie

Brief van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (d.d. 22 mei 2017):

Geachte Voorzitter,

In de tweede voortgangsrapportage over de handhaving van de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties (Wet DBA) heeft het kabinet toegezegd te onderzoeken hoe aan de criteria ‘vrije vervanging’ en ‘gezagsverhouding’ een concretere of andere invulling kan worden gegeven om deze beter te laten aansluiten bij het huidige maatschappelijk beeld van een arbeidsrelatie.

Hierbij zend ik u mede namens de staatssecretaris van Financiën het ambtelijke Onderzoek varianten kwalificatie arbeidsrelatie.
Zoals aangegeven door de staatssecretaris van Financiën in de derde voortgangsrapportage Wet DBA is het vervolg in het DBA-dossier afhankelijk van de keuzes die een nieuw kabinet maakt.

De Minister van Sociale Zaken
en Werkgelegenheid,

L.F. Asscher

Lees verder