s

Tag: wet dba

Wijzen werkzaamheden die 'wezenlijk onderdeel van de bedrijfsvoering' zijn op een gezagsrelatie? Boris Emmerig zocht juridisch bewijs

Volgens de Belastingdienst blijkt uit rechterlijke uitspraken dat er vaak sprake is van gezag als zzp’ers werk doen dat ‘wezenlijk onderdeel is van de bedrijfsvoering’. Boris Emmerig (Holla Advocaten) betwijfelt dat, ging op onderzoek uit en deelt zijn bevindingen op Zipconomy.nl.

Definitie van de fiscus

Ten eerste: wat bedoelt de Belastingdienst met ‘een wezenlijk onderdeel van de bedrijfsvoering’? In het handboek Loonheffingen staan deze voorbeelden:

  • een chauffeur die rijdt voor een transportonderneming
  • een pizzakoerier die pizza’s rondbrengt bij een pizzaverkoper met bezorgdienst
  • een enquêteur die enquêtes afneemt voor een enquêtebureau
  • fruitplukkers die peren plukken bij een fruitkwekerij

Voorbeelden van werkzaamheden die geen wezenlijk onderdeel zijn van de bedrijfsvoering:

  • een schilder die wordt ingehuurd om de deuren en kozijnen van bijvoorbeeld een advocatenkantoor te schilderen
  • een ICT-specialist die wordt ingehuurd om een nieuw betalingssysteem bij de plaatselijke bakker te installeren

Jurisprudentie

Klopt de bewering dat zulke werkzaamheden vaak onder gezag plaatsvinden? Emmerig zocht op rechtspraak.nl op de term “wezenlijk onderdeel van de bedrijfsvoering”. Hij vond vijf resultaten, waaronder een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam uit 2010.

Die uitspraak ging over een zzp’er die producten voor haar opdrachtgever verkocht op speelgoedparty’s bij mensen thuis. Speelgoed verkopen is de kernactiviteit van de opdrachtgever, een wezenlijk onderdeel van de bedrijfsvoering dus. Toch besloot het Hof dat de vrouw dit werk mocht uitvoeren als zzp’er.

In de uitspraak staat”Voorts valt niet goed in te zien – veronderstellenderwijs ervan uitgaande dat die werkzaamheden wél een wezenlijk onderdeel van belanghebbende onderneming vormen – waarom die werkzaamheden alsdan niet zonder een gezagsverhouding zouden kunnen plaatsvinden.”

Oftewel, volgens de rechter was er geen sprake van een gezagsverhouding en ook niet van schijnzelfstandigheid. De speelgoedverkoper mocht gewoon haar werk doen als zelfstandig ondernemer. Deze uitspraak gaat dus in tegen wat er in het handboek Loonheffingen staat.

Nooit gebruikt

Advocaat Emmerig vraagt zich af wat de juridische grondslag is van deze beleidsregels. “Het is haast een retorische vraag”, zegt hij. “De Hoge Raad heeft het begrip ‘wezenlijk onderdeel van de bedrijfsvoering’ nooit gebruikt.”

Ook in de zaak rondom RTL en Herman den Blijker hield het argument dat de tv-kok programma’s maakte (een kernactiviteit van RTL) geen stand. Emmerig was advocaat van RTL die zaak: “De fiscus legde toen dat nadruk op dit punt. Maar uiteindelijk besloot de rechter dat Den Blijker geen schijnzelfstandige was en als zzp’er mag werken voor RTL.”

Onvoldoende wettelijke grondslag

Is er dan helemaal geen jurisprudentie die de Belastingleidraad ondersteunt? Emmerig: “Het rechtsgebied sociaal zekerheidsrecht levert 38 treffers op, de laatste in 2011. Het gaat om jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep, niet de hoogste rechter in deze.”Er is dus onvoldoende wettelijke grondslag voor de beleidsregel, concludeert Emmerig. “De Belastingdienst moet deze beleidsregel aanpassen”, vindt hij. “En het zou ook niet zomaar mogen terugkomen in de webmodule. Dit is een juridisch vraagstuk, dus het is aan de rechter om te beslissen of dit echt een aanwijzing is voor schijnzelfstandigheid.”

Lees het hele artikel op Zipconomy.nl

Lees verder

Rob Wessels (Bergler): "Den Haag, consulteer Bovib als het gaat om zelfstandig professionals"

Interview met Bovib-lid Rob Wessels van ICT-dienstverlener Bergler. Over zijn flexibele businessmodel en het belang van Bovib als kennispartner voor de overheid.

Rob Wessels, directeur van Bergler

ICT-dienstverlener Bergler uit Breda is Bovib-lid van het eerste uur. “Als oudgediende in de business werden wij benaderd over de oprichting van de branchevereniging”, vertelt Bergler-directeur Rob Wessels.

‘We dragen ons steentje bij’

Wessels’ bedrijf Bergler is redelijk actief lid. “Natuurlijk hebben we het kwaliteitskeurmerk. En mijn financieel manager ondersteunt Frederieke Schmidt-Crans bij werkzaamheden rondom dit keurmerk”, vertelt Wessels. “Natuurlijk zijn er leden die nog veel meer doen, maar zo dragen wij ons steentje bij.”

Hij vond het destijds een goed idee om als branchegenoten samen op te trekken. “Dat vind ik nog steeds”, benadrukt de directeur. “Samen kun je problemen aanpakken die je in je eentje niet kunt oplossen.”

Flexibele schil

Bergler heeft zijn oorsprong in het detacheren van IT-specialisten in de financiële sector. De oprichter van Bergler verkocht na twintig jaar zijn belang aan ‘tweede man’ Rob Wessels. Inmiddels heeft het bedrijf labels voor meerdere markten: Bergler Infra Solutions, Bergler Software Solutions en Bergler Flex Solutions.

De Bergler Group heeft 40 vaste medewerkers en een flexibele schil van zo’n 140 zelfstandig ondernemers. Wessels: “Voor mij is het een ideaal businessmodel. Je loopt minder risico als bedrijf: als er een keer minder werk is, hangen er niet zoveel mensen op je payroll. En als er wel veel vraag is, kun je snel opschalen.”

Ondernemerschap is een bewuste keuze’

Het aantal zelfstandigen onder ICT’ers stijgt, ziet ook Wessels. Hij benadrukt dat het ondernemerschap niet voor elke specialist is weggelegd. “In mijn groep vaste werknemers zitten mensen die best zzp’er zouden kunnen zijn, maar geen zin hebben in dat gedoe”, zegt hij.

“Mijn advies: staar je niet blind op die 70 of 80 euro per uur. Er komt uiteindelijk veel meer kijken bij ondernemen”, legt hij uit. “Je moet zelf je pensioen en verzekeringen regelen en je loopt ook risico als je een keer geen opdrachten hebt. Bovendien heb je de eerste drie jaar nog fiscaal voordeel, maar dat houdt ook op. Dat weten ook zelfstandigen in de IT. Voor hen is zelfstandig ondernemerschap vaak echt een bewuste keuze.”

Meer dan de Wet Dba

Net als de andere Bovib-leden, weet Wessels wat er speelt in de wereld van zelfstandig professionals. “Den Haag zou ons hier nog meer over moeten consulteren”, vindt hij.

“Het gevaar is wel dat we als Bovib een partij worden die zich maar met één ding bezighoudt, namelijk de Wet Dba. Volgens mij zouden we ons moeten bezighouden met alles wat ons als onafhankelijk inhuurconsultants aangaat. Hij is ook aan ons om nog meer punten op de agenda zetten.”

Lees verder

Uitgebreide update over de Wet Dba

Hoe staat het er nu precies voor met de Wet DBA? Advocaat Boris Emmerig en fiscalist Demi van Zandvoort (Holla Advocaten) schreven op verzoek van Bovib een update.

Minister Wouter Koolmees en staatssecretaris Menno Snel informeerden de Tweede Kamer op 24 juni jl. over de vervanging van de Wet DBA. Even daarvoor bracht de Commissie Borstlap een discussienota uit over toekomstbestendig arbeidsrecht, sociale zekerheid en fiscaliteit. Hieronder een overzicht van wat we nu weten en wat dit betekent voor de praktijk.

1. Uitstel handhavingsmoratorium verlengd naar 1 januari 2021

Het kabinet streeft ernaar om in het derde kwartaal van 2019 de vervangende wetgeving als concept voor internetconsultatie uit te zetten. De inwerkingtreding van deze wetgeving wordt voorzien per 1 januari 2021. Het huidige handhavingsmoratorium dat aanvankelijk gold tot 1 januari 2020, wordt hiermee verlengd tot 1 januari 2021 en zal daarna gefaseerd worden afgebouwd.

Wel worden de mogelijkheden tot handhaving gedurende het moratorium aangescherpt; vanaf 1 januari 2020 kan de Belastingdienst ook handhaven als opdrachtgevers aanwijzingen van de Belastingdienst niet of onvoldoende opvolgen, onder een redelijke termijn.

Deze cryptische opmerking werpt vragen op voor opdrachtgevers. Wat voor soort aanwijzingen kunnen zij verwachten, of wat wordt verstaan onder een redelijke termijn?

Verder ontlenen wij het volgende aan de brief inzake het handhavingsmoratorium:

  • De Belastingdienst zegt actief in gesprek te willen gaan met intermediaire partijen en organisaties. De fiscus begint met branches waar deze problematiek sterk speelt, zoals zorg, onderwijs en ICT. Maar ook met andere branches, zoals horeca, detailhandel en bouw, legt de Belastingdienst contact.
  • Opdrachtgevers kunnen nog steeds modelovereenkomsten voorleggen aan de fiscus. De Belastingdienst beoordeelt of bij werken volgens de voorgelegde overeenkomst de arbeidsrelatie buiten dienstbetrekking kan worden vormgegeven. Het aantal voorgelegde overeenkomsten bedraagt op dit moment ruim 8.000. Hiervan heeft slechts 23% geleid tot een goedgekeurde modelovereenkomst.
  • Ook blijft de mogelijkheid bestaan om uitgewerkte maatafspraken met de Belastingdienst te maken die meer zekerheid bieden dan een modelovereenkomst.

2. Uitwerking maatregelen zelfstandigen: onderkant, bovenkant & de webmodule

Het kabinet komt met een uitwerking van drie maatregelen die de vervanging van de Wet DBA nader inkleuren.

Onderkant van de arbeidsmarkt

Hierbij vervallen de voorwaarden dat het niet mag gaan om “reguliere bedrijfsactiviteiten” en dat het moet gaan om een overeenkomst “van korte duur”. Deze maatregel brengt een administratieve lastenverzwaring met zich mee. Er wordt namelijk voorgesteld dat de opdrachtnemer vóóraf aan de opdrachtgever een inschatting van de directe kosten en uren verstrekt.

Op zich niet vreemd; dat is een offerte. Wel is het aan de opdrachtgever om in die offerte te beoordelen of (1) voldaan wordt aan de voorwaarde dat de opdrachtnemer ten minste €16 per uur verdient en (2) de inschatting reëel is. Verder moet na afloop van de opdracht de opdrachtnemer vervolgens de daadwerkelijke kosten en uren aan de opdrachtgever verstrekken. Als daaruit blijkt dat het uurtarief van de opdrachtnemer lager dan €16 is, moet de opdrachtgever het verschil bijbetalen.

Ondernemers aan de bovenkant

  1. In de overeenkomst van opdracht moet opgenomen zijn dat partijen de bedoeling hebben geen arbeidsovereenkomst te sluiten.
  2. De arbeidsbeloning bedraagt minimaal €75 per uur (prijspeil 2019).
  3. De overeenkomst wordt aangegaan voor maximaal één jaar.
  4. De opdrachtgever en de opdrachtnemer ondertekenen beiden de zelfstandigenverklaring.
  5. De opdrachtnemer dient bij de Kamer van Koophandel ingeschreven te staan.

Ook hier geldt dat als in de praktijk blijkt dat achteraf het uurtarief lager is dan €75, de opdrachtgever het verschil moet bijbetalen. Doet hij dat niet, dan loopt hij risico op naheffingsaanslagen en boetes van de Belastingdienst.

Opdrachtgeversverklaring met een webmodule

Het is de bedoeling dat opdrachtgevers via een webmodule een opdrachtgeversverklaring kunnen krijgen. Maar deze verklaring biedt geen volledige zekerheid; de uitvoering in de praktijk blijft beslissend. Op dit moment wordt de webmodule grootschalig uitgevraagd onder opdrachtgevers. Over de resultaten wordt de Tweede Kamer na de zomer van 2019 geïnformeerd. Het is niet zeker dat de webmodule haalbaar is.

3. Discussienota Commissie Borstlap

De Commissie schetst in de discussienota enkele voorlopige denkrichtingen voor beleid en wil hiermee een discussie op gang brengen De Commissie noemt de volgende denkrichtingen:

  • Richt regels op een meer gelijk speelveld voor alle werkenden in verband met de grote verschillen in fiscale behandeling van onderscheiden categorieën werkenden.
  • Bevorder wendbaarheid en duurzame inzetbaarheid van alle werkenden.
  • Stimuleer volwaardige participatie op de arbeidsmarkt.
  • Maak regels robuust, uitlegbaar, uitvoerbaar en handhaafbaar.
  • Stem nieuwe regels af op de verantwoordelijkheid voor goed werkgeverschap/opdrachtgeverschap en goed werknemerschap/opdrachtnemerschap.

In de discussienota staan een aantal stellingen en de oproep aan iedereen om daarop te reageren. De commissie neemt die input mee in het eindoordeel. De deadline op 1 november 2019 nadert snel en wij kijken uit naar de voorstellen van de commissie.

Boris Emmerig en Demi van Zantvoort.

Lees verder

Zorgen over ontwikkeling van de webmodule inhuur zzp

In de eerste versie van de webmodule is voldoende aandacht voor bemiddelaars. Toch maakt onze branchevereniging zich zorgen over de ontwikkeling van de vragenlijst, vertelt Tjebbe van Oostenbruggen aan ZiPconomy.nl.

Bovib is betrokken bij de ontwikkeling van de webmodule, een belangrijk onderdeel van de vervanging van de wet Dba. “In de eerste vragenlijst is voldoende aandacht voor de rol van bemiddelingsbureaus”, zegt Tjebbe van Oostenbruggen (directeur Brainnet). Hij heeft namens Bovib overleg met de ministeries Social Zaken en Financiën. Dat is een flinke verbetering, vindt hij. Toch maakt hij zich zorgen.

Tot nu toe heeft het kabinet namelijk nauwelijks feedback ontvangen van opdrachtgevers. “Het is nog maar de vraag of de webmodule daadwerkelijk de rust en zekerheid gaat opleveren waar de markt zo op zit te wachten,” zo stelt Van Oostenbruggen namens onze branchevereniging.

Lees hier het volledige artikel.

Oproep aan opdrachtgevers

Begin april heeft het kabinet duidelijk gemaakt dat het graag van de praktijkervaring van opdrachtgevers gebruik maakt bij het uitwerken van de webmodule. Hun input is belangrijk, want de webmodule moet juist de opdrachtgever straks zekerheid geven of hij een zzp’er mag inhuren voor een bepaalde klus.

Duizend organisaties zouden een uitnodiging ontvangen om een vragenlijst in te vullen. Deze week ontvingen 50.000 extra bedrijven een verzoek. Uit een inventarisatie door ZiPconomy bleek namelijk eerder al dat deze vragenlijst in ieder geval niet terecht gekomen is bij de afdelingen inhuur van beursgenoteerde ondernemingen. Bovendien heeft slechts een beperkt deel van de 1.000 organisaties de vragenlijst ingevuld. En daarvan bleek een flink deel weer geen zzp’ers in te huren.

Nu al bezig met de eerste verbeteringen

Een woordvoerder van het ministerie van SZW zegt: “Duizend opdrachtgevers is inderdaad niet zo’n heel groot aantal op het totaal aantal opdrachtgevers in Nederland. Het is ook een proefronde. Er is hier al veel van opgestoken.”

Bedrijven die de vragenlijst niet ontvangen hebben en hem toch graag willen invullen, kunnen de lijst aanvragen bij helpdesk@ioresearch.nl. De vragenlijst staat niet online, omdat deze nog in ontwikkeling is. Minister Koolmees wil nog voor het zomerreces de Tweede Kamer informeren over de voortgang van zijn zzp-wetgeving, waar deze webmodule onderdeel van uit maakt.

Bezorgdheid vanuit werkveld

De huidige vragenlijst voor de webmodule bestaat grotendeels uit de criteria opgesteld door de Belastingdienst die vanaf 1 januari van dit jaar opgenomen zijn in het handboek loonheffingen. Hierover maakt Bovib zich zorgen.

“De vragen zijn op zich helder. Dat is winst,” zegt Van Oostenbruggen. Hij verbaast zich wel over een aantal van de vragen zoals die ook in het handboek staan. “Die vragen verwoorden vooral de visie van de Belastingdienst. Maar dat wil niet zeggen dat ze ook juridisch hout snijden. Neem het punt dat het verplicht stellen van een bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering een aanwijzing voor gezag is. Ik heb geen idee waar dat nu ineens vandaan komt. Die verplichting staat al jaren in de inkoopvoorwaarden, ook van het Rijk.”

Aansluiting bij de arbeidsmarkt

Ook de genoemde termijn van 8 maanden als lengte van een opdracht roept vragen op. “Ook hier kan je je afvragen waar dat op gebaseerd is. In ieder geval niet op de praktijk in de markt. Sommige opdrachten lopen nu eenmaal langer door” zegt Van Oostenbruggen.

Hij mist sowieso een aansluiting met de huidige arbeidsmarkt. “Naast inzet van zzp’ers voor ‘piek en ziek’ en specifieke expertise is inhuur ook een noodzakelijk antwoord op de schaarste op de arbeidsmarkt. Daar lijkt de webmodule geen antwoord op te geven”.

Onduidelijkheden

Ook de vraag of werkzaamheden die een zzp’er doet wel of niet onderdeel uitmaken van de kernactiviteiten staat vooralsnog in de vragenlijst. “Dat blijft natuurlijk vaag. Is de IT bij ING nu wel of geen kernactiviteit?” vraagt Van Oostenbruggen zich af.

Al met al denkt hij dat Bovib-leden als arbeidsmarktexperts voldoende in de materie zitten om door de vragenlijst heen te komen. Maar hij maakt zich wel zorgen over opdrachtgevers die af en toe een zzp’er inhuren. “Ik vrees dat de vragenlijst voor hen te ingewikkeld wordt. Met het risico dat dat inhuur van zzp’ers afschrikt.”

Lees verder

Bovib verbaast zich over uitspraken Yacht: 'Duidelijkheid is noodzakelijk'

Gezien alle twijfels over de nieuwe zzp-regels kan het kabinet voorlopig beter vasthouden aan de huidige Wet DBA. Dat zegt Bram van Beetz van Yacht in een interview op ZiPconomy.nl.

Volgens Van Beetz zitten opdrachtgevers en zzp’ers niet te wachten op nieuwe onrust. “De Wet DBA doet z’n werk” en “er is rust in de markt”, stelt hij. Dat beleven de leden van Bovib heel anders.

Voorzitter Rick Schevers: “Ik ben verbaasd over de constateringen. Wij zien het anders: er is heel veel onduidelijkheid. We moeten nu op basis van jurisprudentie en een onduidelijke lijst criteria bepalen of we iemand kunnen inhuren. We willen heldere regels. Duidelijkheid is noodzakelijk.”

Lees verder

Tv-kok Herman den Blijker is geen schijnzelfstandige en dat schept duidelijkheid

RTL mag tv-kok Herman den Blijker gewoon als zzp’er inhuren. De Belastingdienst vond dat Den Blijker een werknemer was, maar daar is het Arnhemse hof het niet mee eens. Advocaat Boris Emmerig vertelt aan ZiPconomy.nl: “Deze uitspraak is breder inzetbaar.”

Het gerechtshof in Arnhem oordeelt nu dat de belastinginspecteur “geen feiten en omstandigheden aannemelijk maakt die de conclusie rechtvaardigen dat tussen belanghebbende en Den Blijker een privaatrechtelijke dienstbetrekking bestaat.”

Lees ook: Advocaat Boris Emmerig: ‘Ondernemer, ga nu eens goed kijken naar je inhuurbeleid’

Breed toepasbaar

De argumenten die het hof daarvoor gebruikt, kunnen ook gelden voor andere situaties, zegt Emmerig. Volgens de advocaat kun je met deze beslissing vraagtekens zetten bij een aantal van de gezagscriteria uit het Handboek Loonheffingen. Deze uitspraak is volgens hem zo algemeen geformuleerd, dat  hij direct breed toepasbaar is.

Emmerig vraagt zich ook af welke invloed dit heeft op de webmodule, die nu nog in ontwikkeling is. “Het valt mij op dat de economische onafhankelijkheid meerdere malen wordt aangestipt en daarmee het ondernemerschap en ook de wil van partijen.”

Lees meer over de argumenten en de uitspraak op ZiPconomy.

Lees verder

Rob de Laat (Bovib): ‘Kabinet, trek deze vijf lessen uit de wet DBA’

Hoe kan minister Wouter Koolmees het dossier wet DBA het best oplossen? Bovib voorzitter Rob de Laat kreeg van ZiPconomy de vraag welke lessen het kabinet moet trekken uit de Wet DBA. Samen met Josien van Breda-Hoekstra  van het Platform ZZP Dienstverleners kwam hij tot de volgende tips.

Minister Wouter Koolmees (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) presenteert binnenkort zijn hoofdlijnenbrief, waarin hij vertelt hij hoe hij het hoofdpijndossier wet DBA wil oplossen. Koolmees moet knopen doorhakken: stelt hij nieuwe wetgeving uit of niet? Gaat hij voor een stapsgewijze verandering? En wat doet hij met suggesties voor aanpassingen van het regeerakkoord? 

Als het aan de Bovib en het Platform ZZP Dienstverleners ligt, moet hij in elk geval een paar belangrijke lessen trekken uit invoer van de wet DBA van een paar jaar geleden. 

Les 1: Schep duidelijkheid

In mei 2016 werd de VAR afgeschaft. “Het ging te snel en er ontstond paniek”, zegt Josien van Breda-Hoekstra, voorzitter bij Platform ZZP Dienstverleners. Het platform is onderdeel van de Alliantie van Werk. “We hadden verwacht dat de nieuwe wet beter zou zijn dan de VAR, helaas bleek dat niet zo. De onzekerheid die toen ontstond was groot: sommige zelfstandigen zaten ineens thuis omdat opdrachtgevers ze niet meer durfden in te huren.”

Hoewel de wet DBA meer duidelijkheid had moeten geven, was het tegendeel het geval. “Er was veel te veel ruimte voor interpretatie”, zegt Rob de Laat. “De markt had en heeft er echt last van. Ik zie opdrachtgevers nog steeds worstelen: wat mag nou wel, wat mag niet?”

Na veel kritiek en besloot het kabinet de handhaving van de wet op te schorten tot 2020. In het regeerakkoord is kabinet Rutte III duidelijk: de wet DBA wordt vervangen. Doelen van de nieuwe regels: aanpakken van schijnzelfstandigheid, bewust zelfstandige ondernemers niet te veel in de weg leggen, opdrachtgevers meer duidelijkheid geven.

Dat is hard nodig, vinden zowel Van Breda-Hoekstra als De Laat. De rust is inmiddels weder gekeerd, ondanks het feit dat er nog steeds onduidelijkheid is over de toekomst. “De deelnemers van ons platform hebben ondanks de onduidelijkheid een manier gevonden om te werken in de huidige situatie”, zegt de voorzitter Van Breda. “Maar we willen een echte oplossing.”

Les 2: Stel niet langer uit

Het gaat goed met de zelfstandig professional omdat er veel vraag is naar arbeid, zegt De Laat. “Werkgevers moeten wel inhuren, ondanks alle onduidelijkheid”, legt hij uit. “Ondertussen hangt de wetgeving ze als een donkere wolk boven het hoofd. Als de marktsituatie straks verandert, dan wordt die ontbrekende regelgeving pas echt een probleem.”

Als het aan de bemiddelaars ligt wordt de nieuwe wet DBA dus niet uitgesteld. “Niet weer een onderzoek of een commissie, het kabinet moet durven besluiten”, stelt De Laat. Dat is Van Breda-Hoekstra met hem eens. “Schuif het probleem niet op de lange baan, vooral niet de problemen die spelen aan de onderkant van de markt.” 

Les 3: Richt je op het echte probleem

Van Breda-Hoekstra doelt op de laagbetaalde zzp’ers, bijvoorbeeld schoonmakers, postbodes en taxichauffeurs die voor minder dan 15 euro per uur werken. “Zij hebben geen goede onderhandelingspositie, worden op prijs tegen elkaar uitgespeeld. Er is geen sprake van goed opdrachtgeverschap. Deze mensen moet je beschermen.”

Het is een heel andere groep zzp’ers dan waar de bemiddelaars zich mee bezighouden. “De zelfstandig professionals in ons bestand hebben een bijzonder goede onderhandelingspositie”, vertelt ze. “Het uitgangspunt moet zijn dat zij zelf afspraken kunnen maken met bemiddelaars en opdrachtgevers.”

“Die zelfstandigen die onder de 15 euro per uur werken, daarover is maatschappelijke onrust”, stelt De Laat. “Het kabinet moet daar iets aan doen. Tegelijkertijd mogen zelfstandig ondernemers waar niks mee aan de hand is er geen last van hebben.” 

Les 4: Laat geen ruimte voor interpretatie

Maar hoe doe je dat dan? Zowel De Laat als Van Breda-Hoekstra pleiten voor heldere regels. “Je hebt harde eisen nodig om te weten of een opdracht voldoet of niet”, vindt de Bovib-voorzitter. “Een minimaal inhuurtarief is niet ideaal, want er zijn ook zzp’ers die werken met een stukloon. Maar als het helpt dit vraagstuk op te lossen: prima. Het kabinet moet durven zeggen wat wel en niet kan.”

De ‘oude’ wet DBA liet veel aan de interpretatie over van de belastinginspecteur. “Die kon zijn eigen draai geven aan de regels”, zegt De Laat. “Dat zorgt voor veel onzekerheid: het is maar net wie jouw dossier behandelt. Er is dus behoefte dat de politiek heel heldere criteria stelt, die niet voor interpretatie vatbaar zijn. Als dat via een tarief moet, prima.”

“Wij zijn ook gecharmeerd van de opt-out, omdat ons uitgangspunt is dat partijen zelf afspraken moeten kunnen maken”, zegt Van Breda-Hoekstra namens de zzp-bemiddelaars.

In het regeerakkoord staat het voorlopige plan dat als iemand ingehuurd wordt tegen een laag tarief, dat gezien wordt als arbeidsovereenkomst. Boven een inhuurtarief van 75 euro per uur geldt een opt-out: er is dan geen discussie of iemand werknemer is of niet.  Voor inhuur tussen het minimum- en opt-outtarief komt waarschijnlijk een webmodule met vragen om te bepalen of iemand als zelfstandige ingehuurd mag worden. 

Les 5: Laat de pensioenregels erbuiten

Koolmees moet zijn vervanging van de wet DBA ook nog goedgekeurd krijgen door de Eerste Kamer. Bij het Pensioendossier speelt dat ook. De sociale partners komen daar niet uit, dus werft Koolmees steun van SP, PvdA en GroenLinks. De SP heeft vast aangekondigd dat de partij best met de minister wil onderhandelen over het pensioendossier, maar dan ook over situatie rondom zzp’ers.

Van Breda-Hoekstra is bang dat uitruil niet bijdraagt aan een goed functionerende arbeidsmarkt, omdat het kabinet zo de samenhang tussen de verschillende onderwerpen uit het oog verliest. De Laat noemt zo’n uitruil ‘niet fair’. “De belangen van werkgevers en vakbonden op het gebied van pensioen staan los van de belangen van zelfstandigen.”

“Het is lastig in te schatten was Koolmees gaat doen”, besluit Van Breda-Hoekstra. “Ik hoop in elk geval dat hij geleerd heeft van de wet DBA. Doe het nu goed en zorgvuldig, maar schuif de problemen niet op de lange baan.” De Laat vult aan: “Baseer wetgeving niet op uitzonderingen, durf keuzes te maken en zorg dat het volslagen duidelijk is.”

Lees verder

3 actuele wettelijke veranderingen die impact hebben op de inhuur van externen

Veranderende wet- en regelgeving heeft impact op uw bedrijfsvoering en die van uw opdrachtgevers en opdrachtnemers. Welke wettelijke veranderingen zijn onlangs doorgevoerd? De Bovib zet het voor u op een rijtje. 

Wet Tegengaan Onredelijk Lange Betaaltermijnen (Wet TOLB)

Deze nog relatief onbekende nieuwe wet is recent ingevoerd om de liquiditeitspositie van kleinere ondernemers te verbeteren en betalingstermijnen van langer dan 60 dagen in de gehele (inhuur)keten te verkorten.

ZZP’ers zijn ook MKB’ers. Als de eindklant een grootbedrijf is, mogen zij geen betaaltermijn  van langer dan 60 dagen overeenkomen met een midden- of kleinbedrijf. Als zij toch een langere betaaltermijn overeenkomen is deze nietig en wordt deze van rechtswege omgezet in een betaaltermijn van 30 dagen. Daarnaast is wettelijke handelsrente verschuldigd over de periode dat de betaling boven de 30 dagen uitkomt.

Vanaf 1 juli 2017 moeten alle nieuwe overeenkomsten tussen grootbedrijven en MKB’ers aan de Wet TOLB voldoen en vanaf 1 juli 2018 moeten ook alle bestaande en nieuwe overeenkomsten hier aan voldoen.

Wellicht is uw leverancier, MSP of broker zelf ook een grootbedrijf en zou u als de eindklant niet zijn gehouden aan de maximale betalingstermijn van 60 dagen. Als er sprake is van een langere inhuurketen is uw intermediair tegenover zijn leveranciers wél gehouden aan de Wet TOLB. In zo’n geval mag eindklant echter geen betaaltermijn overeenkomen die kennelijk onbillijk is voor een intermediair, waardoor in de praktijk de eindklant ook maximaal 60 dagen moet hanteren, tenminste in die gevallen waarin voorfinanciering geen onderdeel is van de afspraken tussen eindklant en intermediair.

Lees verder