Teleurstelling over voortgang webmodule

“De webmodule is te generiek ingestoken, ik mis de sectorale benadering”, zegt voorzitter Frederieke Schmidt Crans. Samen met Tjebbe van Oostenbruggen was zijn namens Bovib aanwezig bij de bijeenkomst Werken als Zelfstandige op het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Tijdens de bijeenkomst werd de voortgang van de webmodule besproken en mochten aanwezigen hun input geven. Samen met zes andere andere veldpartijen presenteerde Bovib een alternatief plan voor de zzp-problematiek.

Onze gezamenlijke boodschap: wij zijn tegen schijnzelfstandigheid, maar willen ook dat wetgeving de echte zelfstandig ondernemer niet in de weg zit. Tot nu toe is werknemerschap steeds het uitgangspunt bij de beoordeling van een arbeidsrelatie. Wij willen dat omkeren: beoordeel zzp’ers vanuit het ondernemerschap.

Reactie van de minister

Minister Wouter Koolmees van Sociale Zaken nam het pamflet in ontvangst. Hij wil erover in gesprek, maar benadrukt dat het lastig wordt om het uitgangspunt ‘werknemer, tenzij’ om te keren naar ‘ondernemer, tenzij’. 

Op ZiPconomy zegt hij: “[…] We zitten in een situatie waarin de hele sociale zekerheid en de arbeidsrechtelijke bescherming afhankelijk zijn van de beoordeling van de arbeidsrelatie. In dit geval is het dus wel degelijk relevant in welk hokje iemand thuishoort.”

Het mag niet zo zijn dat iemand voor het ene bedrijf wel als zzp’er kan werken maar niet voor het andere, vindt de minister. Dat zou namelijk betekenen dat het ene bedrijf meer kosten maakt voor een werkende, dan het andere bedrijf. “Het gaat om de verplichtingen die de werkgever heeft, zoals belastingplicht, loondoorbetaling bij ziekte en rechten voor de werkende bij ontslag. We moeten het onderscheid maken, om oneerlijke concurrentie te voorkomen.”

Tot slot zegt de minister dat kijken vanuit ondernemerschap in plaats van werknemerschap niet mogelijk is. “Het kan niet volgens het Europees recht. Dat staat ook in het rapport van de Commissie Borstlap.”

‘We hebben een nieuw hokje nodig’

Tjebbe van Oostenbruggen brengt daartegen in: “Zo onmogelijk is het niet om te toetsen vanuit ondernemerschap. In de wet staat tenslotte: als er sprake is van ondernemerschap, dan is er geen fictieve dienstbetrekking.”

Schmidt Crans vreest een voortzetting van de onduidelijkheid. “Met de webmodule steek je de bestaande onduidelijkheid in een nieuw jasje”, zegt zij. “De kern van het probleem blijft onopgelost. Er is geen focus op de wat we nodig hebben in een veranderende arbeidsmarkt. Ondernemerschap heeft nu eenmaal een vaste plaats ingenomen in onze maatschappij, wanneer wetgeving en een sociaal stelsel daar niet meer op aansluiten moet je dát aanpakken in plaats van tegen beter weten in vasthouden aan het oude denken. Zowel opdrachtgever, opdrachtnemer als de Belastingdienst hebben baat bij een nieuw hokje.”

De webmodule doet eigenlijk niets anders dan de modelovereenkomsten, benadrukt zij. “En in tegenstelling tot de modelovereenkomsten, is de webmodule niet sectorspecifiek. Hij is te generiek ingestoken en dat maakt deze tool onmogelijk uitvoerbaar. Daarnaast moet er duidelijkheid komen over het totale speelveld van modelovereenkomsten, webmodule en de rol van de Belastingdienst. De eerste modelovereenkomsten lopen af, het loket bij de Belastingdienst is dicht en de webmodule is niet voor het einde van het jaar klaar. En als een modelovereenkomst een andere uitkomst geeft dan de webmodule, welke is dan leidend?”

Eigen interpretatie

Ze maakt zich zorgen. “De webmodule wordt nu onder tijdsdruk gemaakt, de volgende versie moet voor de zomer af zijn. Gisteren zagen we dat in 60 procent van de gevallen de uitkomst inconclusive blijft. In zo’n geval kan iedere betrokkene een eigen interpretatie hebben die misschien niet overeenkomt met die van de Belastingdienst. Dat kan nooit de bedoeling zijn. Deze tool moet duidelijkheid geven én inzage in hoe zwaar een element weegt.”

Ook zijn er zorgen over het feit dat de intermediaire rol niet aan de orde komt als separate groep in de testversies van de webmodule. “En dat terwijl werken via een intermediair wezenlijk anders is dan direct aan de slag gaan voor de eindklant.”

Ze roept de ontwikkelaars van de webmodule op om niet alleen te kijken naar jurisprudentie en de visie van hoogleraren, maar ook naar praktijkcasussen per sector. “Haal je kennis van buiten naar binnen en maak daadwerkelijk gebruik van partijen en bedrijven die nu in de sectoren actief zijn. Zo kom je tot een tool die werkt. Suggesties worden nu terzijde geschoven als ze niet bij de oude regelgeving passen.”

Transitieperiode voor handhaving in bouw en zorg

Tijdens de bijeenkomst wijst ze de minister op de problemen met het sectorgerichte toezicht van de Belastingdienst. De Belastingdienst is namelijk in de zorg en de bouw begonnen opgevoerde controle op de zzp-wetgeving. Daarbij wordt ook gekeken naar intermediairs die actief zijn in die sectoren.

“Je hebt drie maanden de tijd om een aanwijzing van de Belastingdienst op te volgen. Dat is in schaarstesectoren zoals de zorg een groot probleem en leidt direct tot uitstroom of naar omwegen om het ondernemerschap in stand te houden“ , zegt ze. “Hoe gaan de politiek en de Belastingdienst daarmee om? Ik heb nog niets gehoord over een transitieperiode, maar die is wel nodig.”

Minister Koolmees zegt dat hij met Hugo de Jonge (Volksgezondheid) over dit probleem praat. “Ik begrijp dat het problemen oplevert om ineens te gaan handhaven. We moeten daarover nadenken.”

Schmidt Crans: “Ook dit lijkt onvoldoende doordacht, de opdracht is al gegeven, handhaving vindt al plaats en de voortgangsrapportage moet voor de zomer worden ingediend. Wie geeft concreet nu de opdracht om een transitieperiode in te voeren?”

Delen:
Show Comments

Comments are closed.