Uitgebreide update over de Wet Dba

Hoe staat het er nu precies voor met de Wet DBA? Advocaat Boris Emmerig en fiscalist Demi van Zandvoort (Holla Advocaten) schreven op verzoek van Bovib een update.

Minister Wouter Koolmees en staatssecretaris Menno Snel informeerden de Tweede Kamer op 24 juni jl. over de vervanging van de Wet DBA. Even daarvoor bracht de Commissie Borstlap een discussienota uit over toekomstbestendig arbeidsrecht, sociale zekerheid en fiscaliteit. Hieronder een overzicht van wat we nu weten en wat dit betekent voor de praktijk.

1. Uitstel handhavingsmoratorium verlengd naar 1 januari 2021

Het kabinet streeft ernaar om in het derde kwartaal van 2019 de vervangende wetgeving als concept voor internetconsultatie uit te zetten. De inwerkingtreding van deze wetgeving wordt voorzien per 1 januari 2021. Het huidige handhavingsmoratorium dat aanvankelijk gold tot 1 januari 2020, wordt hiermee verlengd tot 1 januari 2021 en zal daarna gefaseerd worden afgebouwd.

Wel worden de mogelijkheden tot handhaving gedurende het moratorium aangescherpt; vanaf 1 januari 2020 kan de Belastingdienst ook handhaven als opdrachtgevers aanwijzingen van de Belastingdienst niet of onvoldoende opvolgen, onder een redelijke termijn.

Deze cryptische opmerking werpt vragen op voor opdrachtgevers. Wat voor soort aanwijzingen kunnen zij verwachten, of wat wordt verstaan onder een redelijke termijn?

Verder ontlenen wij het volgende aan de brief inzake het handhavingsmoratorium:

  • De Belastingdienst zegt actief in gesprek te willen gaan met intermediaire partijen en organisaties. De fiscus begint met branches waar deze problematiek sterk speelt, zoals zorg, onderwijs en ICT. Maar ook met andere branches, zoals horeca, detailhandel en bouw, legt de Belastingdienst contact.
  • Opdrachtgevers kunnen nog steeds modelovereenkomsten voorleggen aan de fiscus. De Belastingdienst beoordeelt of bij werken volgens de voorgelegde overeenkomst de arbeidsrelatie buiten dienstbetrekking kan worden vormgegeven. Het aantal voorgelegde overeenkomsten bedraagt op dit moment ruim 8.000. Hiervan heeft slechts 23% geleid tot een goedgekeurde modelovereenkomst.
  • Ook blijft de mogelijkheid bestaan om uitgewerkte maatafspraken met de Belastingdienst te maken die meer zekerheid bieden dan een modelovereenkomst.

2. Uitwerking maatregelen zelfstandigen: onderkant, bovenkant & de webmodule

Het kabinet komt met een uitwerking van drie maatregelen die de vervanging van de Wet DBA nader inkleuren.

Onderkant van de arbeidsmarkt

Hierbij vervallen de voorwaarden dat het niet mag gaan om “reguliere bedrijfsactiviteiten” en dat het moet gaan om een overeenkomst “van korte duur”. Deze maatregel brengt een administratieve lastenverzwaring met zich mee. Er wordt namelijk voorgesteld dat de opdrachtnemer vóóraf aan de opdrachtgever een inschatting van de directe kosten en uren verstrekt.

Op zich niet vreemd; dat is een offerte. Wel is het aan de opdrachtgever om in die offerte te beoordelen of (1) voldaan wordt aan de voorwaarde dat de opdrachtnemer ten minste €16 per uur verdient en (2) de inschatting reëel is. Verder moet na afloop van de opdracht de opdrachtnemer vervolgens de daadwerkelijke kosten en uren aan de opdrachtgever verstrekken. Als daaruit blijkt dat het uurtarief van de opdrachtnemer lager dan €16 is, moet de opdrachtgever het verschil bijbetalen.

Ondernemers aan de bovenkant

  1. In de overeenkomst van opdracht moet opgenomen zijn dat partijen de bedoeling hebben geen arbeidsovereenkomst te sluiten.
  2. De arbeidsbeloning bedraagt minimaal €75 per uur (prijspeil 2019).
  3. De overeenkomst wordt aangegaan voor maximaal één jaar.
  4. De opdrachtgever en de opdrachtnemer ondertekenen beiden de zelfstandigenverklaring.
  5. De opdrachtnemer dient bij de Kamer van Koophandel ingeschreven te staan.

Ook hier geldt dat als in de praktijk blijkt dat achteraf het uurtarief lager is dan €75, de opdrachtgever het verschil moet bijbetalen. Doet hij dat niet, dan loopt hij risico op naheffingsaanslagen en boetes van de Belastingdienst.

Opdrachtgeversverklaring met een webmodule

Het is de bedoeling dat opdrachtgevers via een webmodule een opdrachtgeversverklaring kunnen krijgen. Maar deze verklaring biedt geen volledige zekerheid; de uitvoering in de praktijk blijft beslissend. Op dit moment wordt de webmodule grootschalig uitgevraagd onder opdrachtgevers. Over de resultaten wordt de Tweede Kamer na de zomer van 2019 geïnformeerd. Het is niet zeker dat de webmodule haalbaar is.

3. Discussienota Commissie Borstlap

De Commissie schetst in de discussienota enkele voorlopige denkrichtingen voor beleid en wil hiermee een discussie op gang brengen De Commissie noemt de volgende denkrichtingen:

  • Richt regels op een meer gelijk speelveld voor alle werkenden in verband met de grote verschillen in fiscale behandeling van onderscheiden categorieën werkenden.
  • Bevorder wendbaarheid en duurzame inzetbaarheid van alle werkenden.
  • Stimuleer volwaardige participatie op de arbeidsmarkt.
  • Maak regels robuust, uitlegbaar, uitvoerbaar en handhaafbaar.
  • Stem nieuwe regels af op de verantwoordelijkheid voor goed werkgeverschap/opdrachtgeverschap en goed werknemerschap/opdrachtnemerschap.

In de discussienota staan een aantal stellingen en de oproep aan iedereen om daarop te reageren. De commissie neemt die input mee in het eindoordeel. De deadline op 1 november 2019 nadert snel en wij kijken uit naar de voorstellen van de commissie.

Boris Emmerig en Demi van Zantvoort.

Delen:
Show Comments

Comments are closed.